Berlusconi ligt 6,6 procent vxc3xb3xc3xb3r in peiling

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

In Italië heeft de rechtse partij van Silvio Berlusconi in aanloop naar de parlementsverkiezingen van 13 en 14 april 6,6 procent voorsprong op de linkse partij. Dat blijkt uit een peiling van de krant La Repubblica, één van de laatste voor het verbod op de publicatie van peilingen is ingegaan. De PDL van Berlusconi zou 45,7 procent van de stemmen halen, de centrumlinkse PD van voormalig Romeins burgemeester Walter Veltroni 39,1 procent. ‘Regenbooglinks’ (communisten en Groenen) wordt 6 procent toegedicht en de centrumrechtse UDC, waarmee Berlusconi na 14 jaar bondgenootschap brak, 5,8 procent. Berlusconi en Veltroni kunnen exact op evenveel steun rekenen als toekomstig regeringsleider, namelijk 37,9 procent. 22,3 procent van de Italianen ziet geen van beiden zitten. De enquête werd op 25 en 26 maart uitgevoerd bij 1.489 mensen. De vervroegde verkiezingen hebben plaats omdat de linkse regering Prodi in januari moest opstappen wegens een motie van wantrouwen. Hij was in april 2006 verkozen en leidde een coalitie van een tiental partijen.

Twee jaar na de vorige stembusslag kunnen ook Belgische Italianen hun stem uitbrengen voor de 62ste naoorlogse regering in hun land van herkomst. De oudere Italiaanse generatie in België toont nog interesse, maar ook zij zijn de snel opeenvolgende verkiezingen moe. Dat zegt Fernando Marzo, voorzitter van ACLI-Vlaanderen. De voorzitter van de sociaal-culturele organisatie Associazioni Cristiane Lavoratori Italiani (ACLI) merkt dat de Italiaanse verkiezingskoorts in België niet zo groot is. “Vooral bij de jongeren is het minder”, zegt Marzo.

Het is vooral de tweede generatie van Belgische Italianen die interesse toont in de nieuwe verkiezingsstrijd. “Dat zijn de mensen van ouder dan veertig en vijftig”, legt Marzo uit. “Natuurlijk is bij de eerste generatie die interesse nog groter.” Ze volgen de verkiezingscampagne van de twee grootste kanshebbers op het premierschap, Silvio Berlusconi (Popolo della Liberta) en Walter Veltroni (Partito Democratico), vooral via staatszender Rai. Marzo wijst erop dat de Italianen in België nog steeds een sterke band hebben met “la bella Italia”. “Hun interesse is natuurlijk niet even groot dan wanneer de Italiaanse nationale ploeg speelt”, zegt de ACLI-voorzitter. Dat komt volgens Marzo ook door de goede integratie van de Italianen in de Belgische samenleving. Het grootste deel van de Italiaanse gemeenschap kwam al na de Tweede Wereldoorlog naar België om in de Limburgse en Waalse steenkoolmijnen te werken.

Vandaag telt België ongeveer 200.000 Italianen die hun stem mogen uitbrengen tijdens de verkiezingen van april. “Tot vorige week konden ze een aanvraag indienen om dat in Italië te doen”, zegt Marzo. Er zijn niet veel mensen ingegaan op die uitnodiging. “In heel Limburg waren er nog geen twintig aanvragen”, weet de voorzitter. De Italiaanse Belgen hebben nog een andere mogelijkheid om deel te nemen aan het electorale proces in Italië. “Ze kunnen per brief stemmen op een lijst van Italianen die in het buitenland opkomen”, aldus de ACLI-voorzitter. Hun stem komt dus niet rechtstreeks achter de naam van Veltroni of Berlusconi. Ze kunnen bijvoorbeeld wel stemmen op een jongeman uit het Brusselse die op de lijst van Veltroni staat.

“In België behoren we tot het verkiezingsarrondissement ‘Europa’. Dat arrondissement vertegenwoordigt de meeste Italianen in het buitenland”, legt Marzo uit. Tijdens de verkiezingen van 2006 gingen de meeste stemmen uit België naar het centrumlinkse kamp van Romano Prodi, die toen ook de verkiezingen won. Of de Belgische Italianen nu ook voor centrumlinks – en dus Veltroni – kiezen, zal na 13 en 14 april blijken.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 31 maart 2008 op het Romenieuws-archief.