Autostrade per l’Italia wordt genationaliseerd

De Italiaanse regering grijpt de controle over de tolwegexploitant en wegbeheerder Autostrade per l’Italia (Aspi). Die maatschappij, die via de holding Atlantia voor 88 procent in handen is van de miljardairsfamilie Benneton, was verantwoordelijk voor het beheer van de in 2018 ingestorte Ponte Morandi in Genua (regio Ligurië). De regering houdt de tolwegenexploitant grotendeels verantwoordelijk voor de ramp die aan 43 mensen het leven kostte.

morandi

Na de ramp met de Morandi-brug, op 14 augustus precies twee jaar geleden, dreigde de Italiaanse regering ermee om de zeer winstgevende concessies voor het beheer van tolwegen die in handen zijn van Autostrade per l’Italia in te trekken. Uiteindelijk eiste de regering dat Atlantia en dus ook de familie Benetton hun belangen in de wegbeheerder volledig zouden opgeven.

Atlantia zal nieuwe aandelen in Autostrade per l’Italia uitgeven die vervolgens door de publieke investeringsbank Cassa Depositi e Prestiti (CDP) zullen worden gekocht. Daardoor verwerft de Italiaanse staat een meerderheidsbelang.

In een tweede fase worden dan de overige aandelen verkocht aan vooraf goedgekeurde institutionele beleggers, waarna Autostrade per l’Italia een beursnotering krijgt. Volgens de planning zal die operatie tegen eind september afgerond zijn.

Autostrade per l’Italia betaalt ook 3,4 miljard euro compensatie wegens de brugramp. Het concern verlaagt ook zijn tarieven voor het wegbeheer en het zal hogere boetes moeten betalen bij veiligheidsovertredingen.

Het bedrijf beheert in totaal 14.000 km wegen, waarvan het onderhoud wordt betaald met de opbrengst van de tolheffingen. Ook de luchthavens Fiumicino en Ciampino in Rome en de drie landingsbanen van Nice, Cannes-Mandelieu en Saint Tropez in Frankrijk zijn in handen van Atlantia.

Autostrade per l’Italia kreeg meteen na de ramp het verwijt dat de Morandi-brug, die tussen 1963 en 1967 werd gebouwd, gebrekkig werd onderhouden. Een onderzoekscommissie kwam uiteindelijk tot dezelfde conclusie en stelde in haar eindverslag dat de nalatigheid van het bedrijf had geleid tot de instorting van de brug en de dood van 43 mensen.

Grootaandeelhouder Atlantia heeft die beschuldigingen altijd ontkend. Maar volgens de MoVimento 5 Stelle (M5S) of Vijfsterrenbeweging, de grootste regeringspartij in Italië, was het rapport van de onderzoekscommissie duidelijk genoeg.

Binnen de regering voerde de partij de druk op om de procedure voor de intrekking van de tolwegconcessies in gang te zetten, hoewel daarover in de centrumlinkse regering van premier Giuseppe Conte geen eensgezindheid bestond.

De wegenbeheerder reageerde geschrokken, wat begrijpelijk is, want zonder de lucratieve opbrengsten van de concessies, zou op termijn ongetwijfeld een faillissement gevolgd zijn. Om dat te vermijden en alsnog een compromis uit de wacht te slepen, deed Atlantia dinsdag zelf enkele voorstellen aan de Italiaanse regering.

Na urenlang nachtelijk overleg kwam uiteindelijk een akkoord uit de bus. Terwijl de M5S de concessies liever volledig uit handen van Atlantia zag verdwijnen, pleitte coalitiepartner Partito Democratico ervoor om Autostrade per l’Italia via een meerderheidsbelang te nationaliseren. Dat laatste scenario werd dus uiteindelijk gevolgd.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 16 juli 2020. Bekijk het origineel.