Gisteren kon je het verhaal lezen van de heilige Agnes, wiens feestdag op zaterdag 21 januari wordt gevierd, onder meer met het eeuwenoude ritueel met de lammetjes dat die dag plaatsvindt.
Eén van de belangrijkste plaatsen waar Agnes wordt vereerd, is in de door paus Innocentius X naast zijn huispaleis gebouwde kerk, de Sant’Agnese in Agone. In agone was de oude naam van Piazza Navona (Piazza in agone), vrij vertaald de plaats waar competities werden gehouden, het vroegere stadion van Dominitianus. Het ruwe grondplan van het vroegere stadion is nog steeds herkenbaar in de huidige Piazza Navona.
De kerk staat op de plaats waar de heilige Agnes volgens de overlevering in 303 in dit stadion ten overstaan van een joelende menigte ontkleed werd en de marteldood stierf.
Als dertienjarige zou ze het huwelijksaanzoek hebben afgewezen van de zoon van de Romeinse stadsprefect, omdat ze ‘verloofd’ was met Jezus. ‘Mijn bruidegom is Hij die de engelen dienen, wiens schoonheid zon en maan verbaast’ zei ze volgens een hymne.
Agnes werd voor het gerecht gedaagd en op bevel van de prefect in het stadion naakt aan het publiek getoond en in een onder de zitplaatsen van het stadion gelegen bordeel te koop aangeboden.
Maar de plotse groei van haar haar bedekte haar lichaam als een mantel en een engel wierp haar volgens de legende ook nog een lang wit kleed om.
De zoon van de prefect viel dood neer toen hij probeerde haar aan te raken. Daarop werd Agnes in een groot vuur gegooid maar de vlammen weken weg. Uiteindelijk stootte een beul haar op 21 januari 303 een zwaard door de keel.

Haar ouders brachten het stoffelijk overschot van Agnes naar de Via Nomentana waar zich al verschillende catacomben bevonden. Hun dochter waarvan in feite de naam niet gekend is, verscheen aan hen met aan haar zijde een lam en omringd door andere jonge martelaren.
Zo werd ze later vereenzelvigd met de naam Agnes (Grieks voor zuiver, kuis) en wordt de heilige in de iconografie afgebeeld met in haar armen een lam (agnus, agnello), ook een verwijzing naar het Lam Gods.
De heilige Agnes is de patrones van de maagden, de verloofde vrouwen en de hoveniers. De heilige Agnes is in het Engels sprekende deel van de wereld steeds zeer geliefd geweest.
Gedurende eeuwen werd beweerd (het wordt zelfs vermeld in een van de gedichten van Keats) dat jonge meisjes die op de vooravond van de feestdag van Agnes vastten en bronwater dronken, tijdens de volgende nacht in hun dromen hun toekomstige echtgenoot zouden zien.

Voordat paus Innocentius X Pamphili (1644-1655) besloot om Piazza Navona in te richten, bevond zich op de plek van de huidige kerk een heiligdom uit de achtste eeuw dat gewijd was aan de heilige Agnes.
Deze eerste kerk was kleiner en omgekeerd georiënteerd, de gevel lag aan de Via di Santa Maria dell’Anima die evenwijdig met Piazza Navona loopt. De paus, draaide de nieuwe kerk, die hij als zijn toekomstige grafkerk voorbestemde, 180 graden zodat de gevel aan het plein kwam te liggen.
De bouw werd in 1652 aangevat, kort nadat links van de toekomstige kerk de bouwwerken van het familiepaleis van de paus beëindigd waren. Het plan werd ontworpen door Girolamo Rainaldi (1570-1655) en zijn zoon Carlo, die ook het palazzo Pamphili getekend hadden.
Maar Innocentius X was niet tevreden over de vooruitgang der werken. Hij ontsloeg de bejaarde architect en zijn zoon en gaf Borromini (1599-1667) opdracht de plannen aan te passen.
Op dat ogenblik waren de bouwwerken echter al zo ver gevorderd dat de nieuwe architect het plan van Rainaldi moest blijven volgen en niet zoveel kon wijzigen aan het interieur.
Aan de binnenkant verplaatste hij wel de kolommen naar de randen van de koepelpijlers, waardoor een brede basis voor de pendentieven van de koepel ontstond, in plaats van de puntige basis die de gebruikelijke Romeinse oplossing was.
Francesco Borromini hertekende uiteindelijk slechts het exterieur en bracht een aantal wijzigingen aan op de gevel, de koepel en de torens. Na het ontslag van Borromini in 1657, werd Carlo Rainaldi herbenoemd. Die bracht op zijn beurt een aantal veranderingen aan in het ontwerp van Borromini, waaronder een extra verdieping op de flankerende torens.

Tijdens de negentiende eeuw werd de kerk geheel onterecht beschouwd als het toppunt van wansmaak en verguisde men het interieur door de aanwezige kunstwerken te omschrijven als middelmatig. Waar die negatieve gevoelens vandaan kwamen is ons niet bekend.
Met haar perfecte evenwicht tussen gevel, koepel en klokkentorens, oefende deze kerk nochtans een grote invloed uit op de religieuze bouwkunst.
Het koepelprobleem werd hier perfect opgelost. Met een hoge tamboer domineert hij de gevel wat overeenstemt met het oorspronkelijke ontwerp van Michelangelo voor de Sint-Pietersbasiliek. De hol gebogen gevel uit 1666 creëert een theatraal effect, aan de bovenkant wordt hij afgesloten met een hoge attiek of kroonlijst.
De concave muren aan beide zijden van de ingang verbinden de zijvleugels en de hoge, versierde klokkentorens met het centrale gedeelte. Het beeld van Agnes, rechts op de balustrade bovenaan, heeft de hand op het hart, wat betekent ‘ik ben kuis’.
Borromini was niet de laatste architect. De gevel zoals we hem vandaag vanaf Piazza Navona zien, is uiteindelijk het werk van drie architecten. De koepel is nog grotendeels ontworpen door Rainaldi. Borromini tekende voor het gedeelte tot aan de kroonlijst en de campanili, het klassieke fronton is van Bernini.
Het betreden van deze kerk bij kunstlicht en (soms) met de gepaste muzikale omlijsting, is een indrukwekkende en onvergetelijke ervaring. De kunsthistoricus Ernst Gombrich schrijft in zijn befaamde boek The Story of Art (1950):
Als wij deze kerk binnentreden, begrijpen wij nog beter hoe pronk en vertoon van edelstenen, goud en stucco om een visioen van hemelse praal op te roepen, hier op nog drastischer manier werden gebruikt dan de manier waarop middeleeuwse kathedralen het ons vertonen. Diegenen onder ons die gewoon zijn aan de kerken in noordelijke landen, moge deze verblindende praal misschien te werelds schijnen, maar de katholieke kerk van deze tijd dacht daar anders over.
Hoe meer de protestanten preekten tegen het uiterlijk vertoon in de kerken, des te gretiger zocht de Kerk van Rome zich te verzekeren van het kunnen van de kunstenaars. De katholieke wereld had ontdekt dat de kunst de religie kon dienen langs een weg buiten de taak om, die haar in de vroege middeleeuwen was toegewezen, namelijk om de leer te onderwijzen aan mensen die niet konden lezen.
De kunst kon ongetwijfeld ook helpen diegenen te overtuigen en te bekeren die misschien te veel hadden gelezen. Het komt in deze interieurs niet zozeer op de details aan als wel op het algemeen effect van het geheel.
Wij kunnen niet hopen deze kerken precies te begrijpen, noch ze correct te beoordelen, tenzij wij ze beschouwen als de omlijsting voor het plechtige ritueel. wanneer op het altaar de kaarsen branden, een geur van wierook in het schip hangt en de klanken van het orgel en de zang van het koor ons naar een andere wereld voeren. Aldus Ernst Gombrich.

Bezoekers moeten inderdaad toegeven dat dit interieur een ruimtelijk wonder is: hoe kan op een dergelijke beperkte ruimte zo iets groots verwezenlijkt worden. Het grondplan in de vorm van een Grieks kruis heeft diepe nissen en langgerekte dwarsarmen waardoor het idee wordt gewekt van een achthoek.
De koepel met een tamboer die geleed is door middel van pilasters en vensters, wordt gedragen door acht grote uitkragende zuilen. Het druk bezette koepelfresco werd uitgevoerd door Ciro Ferri (1634-1689), van wie we werken zien in Palazzo Venezia en in de Santa Prassede, bijgestaan door Sebastiano Corbellini (actief 1689-1695).
Kijk vooral naar de opmerkelijke allegorieën van de vier kardinale deugden op de pendentieven. Ze werden op verzoek van Bernini uitgevoerd door Giovan Battista Gaulli (1639-1709), beter bekend als Baciccio, Il Baciccio of Baciccia. Zijn werk werd beïnvloed door Rubens en Van Dyck.
In 1657 trok hij naar Rome waar hij een leerling werd van Bernini. In 1669 reisde Baciccio naar Parma en bestudeerde daar de fresco’s van Correggio (1489-1534). Hij werd vervolgens een van de meest vooraanstaande frescoschilders van Rome. Tot zijn belangrijkste werken behoren deze fresco’s in de Sant’Agnese in Agone (periode 1668-1671), de Gesù (1672-1683) en de Santi XII Apostoli in Rome (1707).
De nissen van de kapelpilaren bevatten altaren waarboven zich marmeren halfreliëfs bevinden die tot de beste van de zeventiende eeuw behoren. Ze werden uitgevoerd door leerlingen van Bernini. Let vooral op het diepte-effect boven het rechter vooraltaar (dus bij het binnenkomen het eerste altaar rechts). Het reliëf toont de heilige Alessio.
Bovenaan in de kleine concha zien we een putto die aan polsstokspringen lijkt te doen. Het linker vooraltaar (bij het binnenkomen het eerste altaar links) toont de dood van de heilige Cecilia, een mooi werk van de hooggewaardeerde Antonio Raggi, van wie we de wonderen in de Gesù zagen.

Boven de steeds gesloten hoofdingang van de Sant’ Agnese zien we verdrukt onder het orgel, het grafmonument uit 1729 van paus Innocentius X (1644-1655), de geestelijke vader van Piazza Navona. Het is een werk van Giovan Battista Maini (1690-1752) van wie we in de Sant’ Andrea delle Fratte de beklemmende ‘Stervende heilige Anna’ zagen.
De plaatsing van het grafmonument is merkwaardig: van boven zegent de paus de grote massa bezoekers die achteloos onder hem voorbijlopen. Toen Innocentius X stierf lag het ontwerp voor zijn monument klaar, maar zijn schatrijke familie wilde er geen geld aan uitgeven. Zelfs voor een naamloos graf in de Sint-Pietersbasiliek wilde men niet betalen.
Het duurde meer dan zeventig jaar voordat dit monument, op deze wat vreemde plek, uiteindelijk toch geplaatst werd. Men wist toen echter niet meer waar de resten van Innocentius X precies waren bijgezet en men heeft ze in elk geval nooit naar deze plaats overgebracht. Of er menselijke resten in deze tombe liggen en van wie ze dan wel zijn, is een vraag waarop niemand het antwoord weet.
Innocentius X was geen belangrijke paus, op politiek vlak was hij een zwak figuur en er bestond een groot contrast tussen de luxe van de pauselijke hofhouding en zijn politieke onbeduidendheid. Hij was wel een meester in nepotisme of vriendjespolitiek.
Het was ook Innocentius X die ter gelegenheid van het heilig jaar 1650 aan Borromini de opdracht gaf het interieur van de basiliek van Lateranen een nieuw uitzicht te geven, waardoor veel waardevols verloren ging.
Het portret van de paus werd op magistrale wijze geschilderd door Diego Velásquez, vandaag te zien in de galleria Doria-Pamphili. Dat schilderij is een waar meesterwerk. Kijk ook even naar het sluitsysteem aan de binnenkant van de ingangspoort van de kerk.

Het linker dwarsschip het bevat een klassiek-Romeins beeld dat door Paolo Campi (actief van 1702 tot 1735) mooi werd omgewerkt tot de heilige Sebastiaan. De omlijsting herinnert aan de trompe-l’oeil uit 1480 ontworpen door Bramante in het koor van de Santa Maria presso San Satiro in Milaan.
Rechts in dit transept bevindt zich de doorgang naar de cappella della Santa Testa di Sant’ Agnese. Daar vinden we rechts het schrijn dat onderaan door een venstertje, de schedel van de heilige toont. Aan de overkant van deze kapel, dus in de gang, bevindt zich de toegang tot de crypte van de Pamphili. Merkwaardig genoeg wordt Innocentius X vermeld als aanwezig.

Let vooral op de prachtige groene zuilen die het hoogaltaar sieren. Volgens sommige verhalen zouden ze afkomstig zijn van de triomfboog van Marcus Aurelius, maar of dat klopt is niet meer te achterhalen.
Deze triomfboog stond op de Capitolijnse heuvel en werd in 176 na Chr. in opdracht van de senaat gebouwd ter ere van de overwinningen van de keizer op de Germanen en Sarmaten.

Er zijn geen restanten van de boog teruggevonden en zelfs de exacte locatie is onbekend. Het bestaan ervan is enkel bekend door een bewaard gebleven inscriptie.
Boven het altaar staat het nogal drukke bas-reliëf ‘Le due sacre Famiglie’, verwezenlijkt tussen 1677 en 1683 door Domenico Guidi (1625-1701). Het is zijn meesterwerk. Deze relatief kleine meester, een leerling van Bernini, maakte ook één van de engelen van de Engelenbrug.
In het rechter dwarsschip zien we een beeld van de heilige Agnes. Het is een werk van Ercole de Ferrata (1610-1686), van wie in Rome heel wat kunstwerken te vinden zijn.

Rechts leidt een deur naar de onderkerk, de plaats van het martelaarschap. De toegang is meestal gesloten en dat is jammer, want deze onderliggende ruimte is zeer interessant.
De onderkerk bevindt zich onder de behouden gewelven van het stadion van Domitianus, op de plaats waar volgens de overlevering Agnes gedood werd. Een teruggevonden inscriptie heeft het over ‘deze plek van verdorvenheid’.
Resten van het origiele Romeinse plaveisel bleven bewaard. De wanden behoren tot de onderbouw van de arena, dus tot het gelijkvloers waar zich zoals in overige arena’s vooral kroegen en bordelen bevonden.

Deze bidruimte behoorde nog tot de eerste kerk uit de achtste eeuw. Er zijn nog enkele, weliswaar zwaar beschadigde, fresco’s uit de dertiende eeuw te zien.
Een reliëf in marmer toont de wonderbaarlijke haargroei die het lichaam van Agnes omhulde. Het is het allerlaatste werk van een grote meester, Alessandro Algardi (1598-1654), naast Bernini de belangrijkste beeldhouwer van zijn tijd.
https://www.santagneseinagone.org/
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 1 februari 2023. Bekijk het origineel.

